Knowledge Hub · Article 73 · Dutch school

Doorstroomtoets rekenen oefenen: 30 oefenvragen met antwoorden (gratis PDF), niveau groep 8, 1F en 1S

0min read0students taught0countries
Article 73 · Dutch school

De doorstroomtoets rekenen oefenen doe je het beste met vragen die lijken op de echte toets: korte opgaven over getallen, verhoudingen, meten en meetkunde en verbanden, op niveau 1F en 1S. Hieronder staan 30 oefenvragen met de antwoorden en een korte uitleg per vraag, ook als gratis PDF om uit te printen. Geef je kind 40 minuten, zonder hulp, en kijk de toets daarna samen na: het nakijken is het leren.

For Indian parents: the doorstroomtoets in February of groep 8 is the test the school advice (vmbo, havo, vwo) is checked against, and rekenen is the half of it that a term of teaching can move. Our tutors teach Dutch-groep maths in English, in the Dutch order and notation, so the child recognises every question on the day. Use this set to find the two or three topics that are missing, and bring the marked test to the free class.

Download de oefentoets als PDF (30 vragen, antwoorden met uitleg, A4, gratis).

De oefentoets: 30 vragen

Tijd: 40 minuten. Geen rekenmachine. Kies bij elke vraag één antwoord.

1. 3 456 + 2 789 = ?
A. 6 145 · B. 6 245 · C. 5 245 · D. 6 235

2. 8 002 − 3 675 = ?
A. 4 327 · B. 4 437 · C. 5 327 · D. 4 337

3. 47 × 25 = ?
A. 1 075 · B. 1 175 · C. 1 225 · D. 1 275

4. 1 872 : 24 = ?
A. 68 · B. 72 · C. 78 · D. 82

5. Welk getal is het grootst?
A. 0,45 · B. 0,405 · C. 0,5 · D. 0,449

6. 3/4 van 240 = ?
A. 60 · B. 160 · C. 180 · D. 200

7. 2/5 + 1/4 = ?
A. 3/9 · B. 13/20 · C. 3/20 · D. 7/10

8. 0,25 × 32 = ?
A. 8 · B. 6 · C. 80 · D. 0,8

9. 15% van 80 = ?
A. 8 · B. 12 · C. 15 · D. 20

10. Een jas kost € 60. In de uitverkoop is er 30% korting. Wat kost de jas nu?
A. € 18 · B. € 30 · C. € 42 · D. € 48

11. 1,5 km = ? meter
A. 150 m · B. 1 500 m · C. 15 000 m · D. 1 050 m

12. 2,75 kg = ? gram
A. 275 g · B. 2 075 g · C. 2 750 g · D. 27 500 g

13. 0,4 liter = ? ml
A. 4 ml · B. 40 ml · C. 400 ml · D. 4 000 ml

14. Een rechthoek is 12 cm lang en 7 cm breed. Wat is de omtrek?
A. 19 cm · B. 38 cm · C. 84 cm · D. 24 cm

15. Dezelfde rechthoek, 12 cm bij 7 cm. Wat is de oppervlakte?
A. 19 cm² · B. 38 cm² · C. 84 cm² · D. 48 cm²

16. Een trein vertrekt om 9.45 uur en komt om 12.20 uur aan. Hoe lang duurt de reis?
A. 2 uur 25 min · B. 2 uur 35 min · C. 3 uur 25 min · D. 2 uur 45 min

17. Op een kaart met schaal 1 : 50 000 is een weg 6 cm lang. Hoe lang is de weg echt?
A. 3 km · B. 30 km · C. 300 m · D. 0,3 km

18. Het gemiddelde van 12, 15, 9, 14 en 20 is
A. 12 · B. 14 · C. 15 · D. 70

19. Van de 40 leerlingen is 3 op de 5 een meisje. Hoeveel meisjes zijn er?
A. 15 · B. 24 · C. 16 · D. 25

20. 7 × 0,8 = ?
A. 5,6 · B. 56 · C. 0,56 · D. 6,5

21. 4,2 : 0,6 = ?
A. 0,7 · B. 7 · C. 70 · D. 2,52

22. Rond 3 649 af op honderdtallen.
A. 3 600 · B. 3 650 · C. 3 700 · D. 4 000

23. Welke breuk is gelijk aan 0,6?
A. 1/6 · B. 6/100 · C. 3/5 · D. 2/3

24. Een fles bevat 1,5 liter. Hoeveel glazen van 250 ml kun je vullen?
A. 4 · B. 5 · C. 6 · D. 7

25. Een doos is 5 dm lang, 4 dm breed en 3 dm hoog. Wat is de inhoud?
A. 12 dm³ · B. 60 dm³ · C. 47 dm³ · D. 120 dm³

26. Hoe groot is elke hoek van een gelijkzijdige driehoek?
A. 45° · B. 60° · C. 90° · D. 180°

27. Van 14.50 uur tot 16.35 uur is
A. 1 uur 45 min · B. 1 uur 55 min · C. 2 uur 15 min · D. 1 uur 35 min

28. Een pak van 500 gram kost € 2,40. Wat kost een kilo?
A. € 1,20 · B. € 2,40 · C. € 4,80 · D. € 12,00

29. 3, 7, 11, 15, ... Welk getal komt hierna?
A. 17 · B. 18 · C. 19 · D. 20

30. 2 500 : 100 = ?
A. 2,5 · B. 25 · C. 250 · D. 0,25

Antwoorden en uitleg

Nr. Antwoord Uitleg
1 B 6 245 3 000 + 2 000 = 5 000; 456 + 789 = 1 245; samen 6 245.
2 A 4 327 8 002 − 3 000 = 5 002; 5 002 − 675 = 4 327.
3 B 1 175 47 × 100 : 4 = 4 700 : 4 = 1 175.
4 C 78 24 × 78 = 1 872.
5 C 0,5 Kijk eerst naar de tienden: 0,5 heeft 5 tienden.
6 C 180 1/4 van 240 is 60, dus 3/4 is 180.
7 B 13/20 8/20 + 5/20 = 13/20.
8 A 8 Een kwart van 32 is 8.
9 B 12 10% is 8, 5% is 4, samen 12.
10 C € 42 30% van 60 is 18; 60 − 18 = 42.
11 B 1 500 m 1 km = 1 000 m.
12 C 2 750 g 1 kg = 1 000 g.
13 C 400 ml 1 liter = 1 000 ml.
14 B 38 cm 12 + 7 + 12 + 7 = 38.
15 C 84 cm² 12 × 7 = 84.
16 B 2 uur 35 min 9.45 tot 12.00 is 2 uur 15 min, plus 20 min.
17 A 3 km 6 × 50 000 cm = 300 000 cm = 3 km.
18 B 14 Samen 70, gedeeld door 5 is 14.
19 B 24 40 : 5 = 8 per deel; 3 × 8 = 24.
20 A 5,6 7 × 8 = 56, dus 7 × 0,8 = 5,6.
21 B 7 Hoe vaak past 0,6 in 4,2? 7 keer.
22 A 3 600 49 is minder dan 50, dus naar beneden.
23 C 3/5 0,6 = 6/10 = 3/5.
24 C 6 1 500 : 250 = 6.
25 B 60 dm³ 5 × 4 × 3 = 60 dm³, dat is 60 liter.
26 B 60° 180° : 3 = 60°.
27 A 1 uur 45 min 14.50 tot 16.00 is 1 uur 10 min, plus 35 min.
28 C € 4,80 Twee pakken van 500 g: 2 × 2,40.
29 C 19 Elke keer 4 erbij.
30 B 25 Delen door 100: de komma twee plaatsen naar links.

Wat de score zegt (groep 8)

Score van 30 Wat het meestal betekent Wat te doen voor februari
26 tot 30 Werkt op niveau 1S; het advies havo/vwo wordt door de toets bevestigd Twee keer per maand een toets op tijd, verder niets
20 tot 25 Stevig 1F, 1S nog niet overal; meestal wankelen breuken, procenten of schaal Sorteer de fouten per onderwerp en werk die twee of drie onderwerpen weg: vier tot zes weken, twee lessen per week
13 tot 19 Onderwerpen uit groep 6 en 7 zitten niet vast Een blok van acht weken op de basis (breuken, kommagetallen, verhoudingen, maten), in de volgorde van de methode
onder 13 Werkt onder 1F Praat nu met de leerkracht; begin bij groep 6 en bouw op; zie februari als een meetpunt, niet als een doel

Waar groep 8 de punten laat liggen

  1. Verhoudingen als deelsom. "3 op de 5 van 40" wordt 40 : 3. Het delen in delen (5 delen van 8) is de stap die mist.
  2. Komma's bij vermenigvuldigen en delen. 7 × 0,8 en 4,2 : 0,6 gaan mis door de komma, niet door de tafel.
  3. Maten omrekenen. 2,75 kg naar gram, 0,4 liter naar ml, 1,5 km naar meter: tien minuten per week, een half jaar lang, en de punten zijn binnen.
  4. Tijd rekenen over het hele uur heen. Van 9.45 tot 12.20 vraagt om een tussenstap bij 12.00; wie het in één keer doet, mist 10 minuten.

Hoe wij groep 8 voorbereiden / How we prepare groep 8

Twee lessen per week vanaf oktober, één docent, één kind, in het Engels, met de Nederlandse termen en notatie (komma, redactiesommen, de methode van de school), op de onderwerpen die uit deze toets als gaten komen; vanaf januari toetsen op tijd. De eerste les van 30 minuten is gratis: stuur de nagekeken toets en het laatste rapport. The full picture for Indian families is on our Netherlands page; the dates and the advice process are in doorstroomtoets 2027.

Questions parents ask

1Wat wordt er getoetst bij rekenen op de doorstroomtoets?
De vier domeinen van het referentieniveau: getallen (bewerkingen, breuken, kommagetallen, procenten), verhoudingen, meten en meetkunde (lengte, gewicht, inhoud, tijd, omtrek, oppervlakte, schaal) en verbanden (tabellen, grafieken, patronen). Niveau 1F is het fundament dat alle leerlingen halen; 1S is het streefniveau dat past bij havo/vwo.
2Hoeveel vragen en hoeveel tijd?
Dat verschilt per aanbieder (IEP, Route 8, Dia, Leerling in Beeld), maar reken op 40 tot 60 rekenvragen verdeeld over twee dagdelen in februari. Deze oefentoets heeft 30 vragen; geef je kind 40 minuten zonder hulp en kijk hem daarna samen na.
3Wat betekent een score onder de 20?
Dat er onderwerpen uit groep 6 en 7 nog niet vast zitten, meestal breuken, kommagetallen, verhoudingen of het omrekenen van maten. Sorteer de fouten per onderwerp; vaak zijn het er maar twee of drie. Een blok van acht weken op die onderwerpen, twee lessen per week, verandert het advies.
4Is this the real test? / Is dit de echte toets?
No. It is a practice set written by our tutors in the style of the doorstroomtoets, at 1F and 1S level, so that a parent can see which topics are missing before February; the real test is adaptive and set by the provider your school uses. Nee, het is een oefenset van onze docenten in de stijl van de toets; de echte toets is adaptief en komt van de aanbieder van de school.

See how we teach this, 1-on-1 online →

written by

Shobha

Founder and lead tutor, Science with Shobha

Teaching maths, science and English to children online since 2018. 500+ students, 20+ tutors, families in nine countries.

About the team →